donderdag 17 mei 2012

Dong Van

Na onze stop onder de heilige bomen wandelen we nog even verder en het landschap wordt steeds mooier. Spijtig genoeg is het al snel drie uur en we moeten ook nog de hele weg terug. We besluiten dus terug te keren. De laatste kilometers zijn dodelijk. Het is nog steeds warm, ons water is op en we dromen van koude dranken, suiker en zout. Terug in Dong Van lopen we direct op een van de winkeltjes af in de hoofdstraat en kopen een heleboel drankjes. Tomek en Ania hebben een koffiedrankje ontdekt dat zelfs ik ten zeerste weet te apprecieren en we drinken verder ook nog groene ijsthee en water. Zittend op het voetpad zien we de afwikkeling van de zondagmarkt. Bijna iedereen is weer naar huis, een extreem dronken man valt in slaap recht voor onze neus, in het midden van de hoofdweg van Dong Van. Wij zijn ongerust, maar de dorpelingen vinden het blijkbaar normaal. Een vrouw slaagt er uiteindelijk in hem aan de kant van de weg te krijgen, waar hij zijn roes uitslaapt op de kartonnen dozen die de vrouw heeft neergelegd. Wij keren terug naar het hotel voor een douche. Onze "wasruimte" is een mooie slaapplek geworden met bamboematjes, een groot muggennet, dekens en handdoeken. (ik zal eens kijken of hij tevoorschijn komt als ik Ania's foto van die plek tag op Facebook) Er zijn een stuk of acht matten, we zullen dus niet alleen zijn vannacht. We douchen en ontmoeten de Francaise opnieuw, zij wordt mijn buurvrouw in onze geimproviseerde slaapkamer. We gaan met zijn vieren op zoek naar eten, maar alles is vol door de vele toeristen en we worden overal geweigerd. Ons avondmaal bestaat uit chips en bier. Later vinden we nog een vrouw die op het voetpad maiskolven en eieren roostert op een vuurtje. Hongerig vallen we aan. Terug in ons hotel ontmoeten we onze andere buren. Een groep Vietnamese studenten die naar hier waren gekomen op scooters en ook geen slaapplaats konden vinden. Tomek, Ania en ik lenen hen onze muggennetten (wij hebben als enige een net omdat we de eerste waren, denk ik.). Het wordt uiteindelijk een erg goede nacht, er waait een fijne wind door ons "washok" en veel hotelbedden hier hebben toch ook geen echte matras. Wanneer ik de volgende ochtend rond 8 uur opsta zijn de Vietnamezen al verdwenen. Mijn muggennet is mooi opgevouwen en Patricia, de Francaise, geeft mij een briefje van een van de vrouwelijke studentes die het gebruikt heeft. Het is in een hartvorm gescheurd en boven de dankjewel-boodschap is een engel getekend.
We plannen onze dag. Tomek, Ania en ik willen graag nog een wandeling maken, Patricia zal even meewandelen en dan teruggaan voor een rustig dagje in de schaduw en een kortere wandeling. De kaart in de lobby wordt opnieuw geraadpleegd en de keuze is al snel gemaakt: bij een van de dorpjes staat tussen haakjes "very nice". Meer hebben we niet nodig. Gewapend met anderhalve liter water per persoon, koekjes en drie nieuwe ananassen vertrekken we. Het is een warme dag en om te beginnen moeten we uit de vallei van Dong Van klimmen. Gelukkig is de weg niet steil. We passeren een begraafplaats en er zijn een aantal mooie uitzichtpunten op de vallei, maar we voelen nu al dat het een warme dag wordt. Patricia leent mijn hoed en keert even later terug. Kort daarna bereiken wij de eerste pas en dus ook de volgende vallei. Het uitzicht is geweldig en er zijn geen andere mensen in zicht. We wandelen verder en er is weinig schaduw, dus het wordt erg heet. We pauzeren onder een steile ietwat overhangende rots. Het is de eerste schaduw in een half uur en de zon staat erg hoog nu. Terwijl we uitrusten vermengt het gehuil van een hond zich met het constante geluid van de krekels. Hitchcock lijkt niet ver weg. We wandelen nog een eind verder en komen langs enkele dorpen. Weinig schaduw en geen winkeltjes. Na een tijdje worden Ania en ik wat zenuwachtig. Is dit de juiste weg? De dorpjes hebben wel naamborden, maar er staan vaak twee of drie namen op en niet alle namen staan op onze kaart. Richtingaanwijzers zijn natuurlijk onbestaande. Wie zou ze hier nodig hebben? Tomek verzekert ons met een blik op zijn kompas dat de richting juist lijkt. De weg is echter al lang een pad geworden en nu lijkt ook dat pad langzaam te veranderen in een hoop stenen. Ik heb ondertussen mijn paraplu opengedaan om me tegen de felle zon te beschermen, Ania draagt een doek op haar hoofd en Tomek heeft een paar witte vlekken achter zijn oren van de dikke laag zonnecreme. Wanneer we de weg vragen aan een groepje vrouwen op het veld, lachen ze ons uit terwijl ze het pad aanwijzen dat we zouden moeten nemen. Wij hebben het te warm en zijn te onzeker om het grappig te vinden. Gelukkig herhalen twee andere groepjes daarna hetzelfde gebaar.
Ondertussen zijn de valleien alleen maar mooier geworden. De vormen van het gebergte lijken verzonnen door een tekenaar, na het laatste dorp (en in de vierde vallei) stijgt er een drakentandberg op vanuit het diepste en breedste punt. Eindelijk kan ik mijn paraplu even laten zakken. Maar ons water is bijna op en ons eten al helemaal. We moeten nu echt op de terugweg zijn. Even later belanden we op een verharde weg. De weg stijgt in kronkels naarboven. Serpentina noemt Tomek het als ik me goed herinner. De vallei ziet er achter de drakentandberg nog spectaculairder uit, met rijstvelden en een diepe ronde inzinking in het midden. In contrast met dit prachtige landschap, ligt er vijf minuten later een gigantische vuilnisbelt langs de weg, die op verschillende plaatsen in brand staat. De insecten zoemen en het ruikt sterk naar verbrand plastiek. Naast de laatste vuilnisberg staat een huis. Waarschijnlijk woont hier een familie die vuil verzamelt in de straten van Dong Van. Vuilnisruimers krijgen geld per verzamelde kilo heb ik gehoord, al vraag ik me af hoe het systeem exact werkt nu ik deze afvalbergen zie. Wie betaalt hiervoor? In de stad werden plastiek flessen gescheiden van ander afval, hier zie ik ze toch weer opduiken tussen het andere vuil.

(niet een van onze foto's, maar wel representatief voor de eerste valleien)

Gelukkig brengt de vuilnisbelt ook hoop, hoop dat we dichtbij de toegangsweg naar de stad zijn. En ja, na een laatste bocht bereiken we de hoofdweg en zien een typische rode boog met gele letters boven de weg. De laatste - en enige begrijpelijke woorden voor ons - Dong Van. Drie kwartier later zijn we terug bij het hotel. We vieren de thuiskomst met water, thee en koffiedrankjes bij dezelfde winkel. Tradities zijn snel geboren onder reizigers. Een goede bar, een fijn eettentje of een winkel met aardige mensen, al snel worden ze een gewoonte. Er zijn al genoeg nieuwe dingen elke dag. Vertrouwdheid is luxe.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten