vrijdag 11 mei 2012

Sa Phin - Dong Van

Er bestaat zoiets als de bijbel voor onafhankelijke reizigers, ik heb het natuurlijk over de Lonely Planet. Elke backpacker vertrekt het thuisland gewapend met dit kleinood. Net als de bijbel zijn er verschillende manieren waarop men de teksten die erin staan kan interpreteren. Er zijn dogmatici die blindelings vertrouwen op de informatie die hen verstrekt wordt en die nooit een restaurant of hotel zullen binnenstappen dat niet vermeld wordt in de Gids. Er zijn de cynici, die het boek wel bijhebben, maar net om elk adres te vermijden wat erin staat wegens 'niet meer authentiek'. Of dat beweren ze althans, want grappig genoeg kom je deze sekte regelmatig tegen in een door de Gids vermeld etablissement. De meeste reizigers zijn echter pragmatici. Ze gebruiken de informatie die hen bruikbaar lijkt, maar volgen de teksten niet tot op de letter. Ik behoor tot deze laatste groep en in Ha Giang was de tijd gekomen om het advies van de Grote Gids te volgen. In een van hun beroemde blauwe kadertjes wordt er verteld over 'The Man to know in Ha Giang'. Ik gebaarde naar mijn lieve nha nghi-familie of ik de telefoon kon gebruiken en contacteerde Mr Angh. Ik vertelde hem dat ik de volgende ochtend graag naar Dong Van wilde vertrekken, maar dat dit me niet lukte. Hij verzekerde mij dat hij het zou oplossen en direct een mailtje zou sturen met een voorstel voor een trip door de streek van drie dagen. Dit allemaal aan een zacht prijsje omdat ik vertelde dat ik liefst wandelde of het openbaar vervoer gebruikte. Ik zou wel niet in Dong Van zelf kunnen overnachten want door een nationale vakantie van vijf dagen waren alle hotels daar volgeboekt. Ik dacht dat dit mijn reis alleen maar goedkoper en misschien wel interessanter kon maken dus ik vond het prima.
De volgende ochtend om vijf uur stipt stond er inderdaad een lokaal minibusje richting Dong Van voor de deur. Na het vertrouwde gegiechel van de portierjongen bij het zien van mijn grote rugzak, kreeg ik een plekje in de al redelijk volle bus. De term volle bus zou echter binnen zeer geringe tijd een heel nieuwe betekenis krijgen. Traditiegewijs ging het busje nog eens drie keer de stad rond en onderweg werden meer en meer passagiers opgepikt, de meeste onder hen duidelijk gekleed op een familiebezoek. De chauffeur was gelukkig van het rustige soort en de zeer jonge portier had veel gezag. Iedereen kreeg een exact plekje aangewezen. Er zaten op mijn bankje van drie zetels al gauw vijf mensen (en zonder mijn Europese achterwerk zouden het er zeker zes geweest zijn), er werd een houten bankje in het gangpad gezet (waar hadden ze dat vandaan getoverd?) en uiteindelijk stonden er een vijftal mannen nog recht, zat er een jonge kerel in het eerste raamkozijn en hing de portier zelf half uit de deur, die door de vele mensen nu niet meer dicht kon. Ik was blij dat ik ergens in het midden zat tussen twee jonge Vietnamezen. Natuurlijk zou een van hen op mijn schouder in slaap vallen (inclusief een beetje kwijl), maar dat was ik ondertussen al gewend. Vietnamezen kunnen namelijk overal in slaap vallen zolang ze niet in contact komen met rechtstreeks zonlicht. Het is een gave die ik hier wel zou kunnen gebruiken.
Zes uur duurde de busrit, met een korte stop van twintig minuten. We passeerden prachtige landschappen, reden over de Quan Ba bergpas (letterlijke vertaling 'Pas van de Hemel') en zagen verschillende andere overvolle busjes ons voorsteken. Ondertussen probeerde de portierjongen zijn bus schoon te houden door plastieken zakjes door te geven voor iedereen die ziek werd tijdens de rit. Overal om mij heen werd overgegeven. Ook dat aspect van de reis ben ik sinds enkele weken gewend. Ik daarentegen fixeerde mij gewoontegetrouw zo goed als mogelijk op het landschap en werd niet ziek.
Uiteindelijk werd ik op een kruising gedropt, zo'n 18 kilometer van Dong Van. Ik was in Sa Phin, een gehuchtje met een attractie, het negentiende eeuwse Hmong-paleis, en een hotel. Of excuseer, een motel, want zo noemde de eigenaar het zelf. De eigenaar zelf heb ik niet gezien, zijn tienerdochter bracht mij op haar scooter van de weg naar het motel (dat bleek een afstand van ongeveer 500 meter, maar kom je kan het geen motel noemen als je niet met een moto aankomt nietwaar?) In het motel kon ik douchen, de badkamer was vuiler dan ik gewend was. Het water bleef er in staan omdat ze de vloer niet goed hadden gebouwd. (Normaal gezien is de vloer altijd wat schuin en zit er in de laagste hoek een afvoer naar buiten. Hier zat er een inzinking in het midden waardoor het water bleef staan en de badkamer nog vochtiger en warmer was dan gewoonlijk. En vuil, want het vuil bleef ook staan.) De kamer zag er iets beter uit, al was er voor de eerste keer geen ventilator en geen muggennet. Wel een tv. Ik bevestigde dus mijn eigen net en ging naar beneden. Daar wachtte lunch op mij, begeleid door twee figuren die geen van beide een woord Engels spraken. De eerste was een persoon waarvan ik moeilijk kon uitmaken of het een man of vrouw was, maar ik denk dat het de eigenaar was van het motel. De tweede was een jongen van zo'n 15 jaar en hij bleek mijn gids voor de middag. We bezochten het Hmong-paleis, een mooi traditioneel houten huis zonder enige uitleg in het Engels, maar wel met veel oude foto's van de laatste koninklijke familie. In het paleis volgde de jongen mij en het leek alsof hij er zelf nog nooit geweest was. Hij las de schaarse borden in het Vietnamees aandachtig en nam met zijn gsm exact dezelfde foto's als ik. Toen ik een foto van hem wilde nemen, glimlachte hij voor het eerst breed. Na het paleis was het mijn beurt om hem te volgen voor een wandeling van een zestal kilometer. Het was gelukkig al half vier dus de grootste hitte was voorbij. De wandeling was prachtig. Het gebied rond Dong Van is een door Unesco erkend geologisch gebied omdat het landschap uniek is. De bergen zijn bijzonder rotsachtig, overal zie je scherpe rotsen en rotsblokken. De bomen en planten lijken rechtstreeks uit de rotsen te komen. Op sommige plaatsen waan je je op een andere planeet (of op zijn minst in een nieuwe Jurasic Park film). De mensen die in deze dorpen leven, hebben het niet makkelijk. Ze verbouwen vooral mais en het is verbazend om te zien hoe ze elke vierkante centimeter waar je aarde kunt zien, benutten. Zelfs op plaatsen waar ik niet naartoe zou kunnen wandelen of klimmen staat mais. De jongen leidt mij door verschillende kleine valleien op en neer. Hij heeft een papiertje in de hand en twee keer stelt hij vragen aan voorbijkomende inwoners. Wanneer we op een bepaald moment halverwege een steil dalend pad moeten terugkeren omdat het pad verdwijnt, begin ik me een beetje zorgen te maken. De zon is aan het zakken en mijn gids lijkt minder en minder op een gids. Gelukkig vindt hij daarna wel het juiste pad en 20 minuten later bereiken we terug een echte weg. Ik koop een flesje ijsthee voor mezelf en een Redbull voor hem en we wandelen via de weg de laatste kilometer terug naar Sa Phin. De zon zakt.
Terug in Sa Phin weet ik niet goed wat te doen. Er is niets te zien, mijn kamer heeft een tl-lamp, maar die hangt te ver weg van de twee bedden om te lezen en ik weet niet waar en wanneer er eten komt.
Ik ga dan maar op de drempel zitten en kijk naar het laatste licht.

Plots hoor ik naast mij stemmen, een koppel vraagt mij of ik 'the Belgian woman' ben. Ja, dat ben ik. Ze leggen uit dat ook zij Mr Angh gecontacteerd hebben en dat hij hen verteld had dat ik hier vanavond ook zou zijn. Het koppel, Tomek en Ania, komt uit Polen en we wisselen ervaringen uit. Zij zijn ontevreden over hun huidige situatie. Ze vinden het hotel en eten te duur voor wat het is. Ik heb geen idee van de prijzen (Mr Angh zou me vanavond een overzicht bezorgen) en wanneer ik de prijs hoor, ben ik ook verbaasd. Het is zeker niet onbetaalbaar, maar het kost allemaal zo'n 20 procent meer dan op andere plaatsen voor minder kwaliteit. Plus, er is nog een 18 procent service charge voor Mr. Angh. Tomek en Ania hebben die al op voorhand betaald en voelen zich nu bedrogen. Ik ben ook teleurgesteld in de prijs en heb bovendien het gevoel dat mijn gids lief is, maar moeilijk echt een gids te noemen. Bovendien had ik expliciet gevraagd of er geen andere mensen mee mijn tour konden doen (dat is altijd goedkoper), en hebben Tomek en Ania wel dezelfde wensen, maar een andere reis. We beslissen om de volgende morgen in Dong Van (zondagmarkt) te vragen of we onze geboekte reizen daar kunnen stopzetten zodat we met zijn drieen zelf iets kunnen regelen vanuit het stadje. We vinden elkaar bovendien in een gedeelde afkeer voor scooters (Ania heeft een scooterongeval gehad in Myanmar een tijdje geleden) en besluiten te bellen of we geen auto kunnen krijgen voor de 18 kilometer lange rit de volgende ochtend. (Mr Angh had mij terecht verteld dat dit veel te duur was voor mij alleen, maar hij wist toch dat er nog twee andere mensen zouden zijn?). Na een telefoontje blijkt natuurlijk dat de auto met z'n drieen zelfs goedkoper is dan drie scooters en Mr Angh belooft ons er een te regelen. We communiceren ook onze andere grieven en vragen of we morgen na de markt niet met iemand persoonlijk kunnen spreken om alles uit te klaren. Moe, maar voldaan over onze acties, gaan we naar bed.

De volgende morgen wacht er inderdaad een autootje voor ons en we kunnen er net in met al onze bagage. De kronkelige, steeds stijgende en dalende, niet echt geweldig onderhouden weg, zorgt ervoor dat we extra blij zijn met onze beslissing een auto te nemen en onderweg zien we tientallen traditioneel uitgedoste dorpelingen op weg naar de markt. Goede vooruitzichten.
We kunnen in Dong Van onze rugzakken achterlaten in het cafe van Mr Angh en trekken naar de markt. Die is spectaculair. Overal lopen mannen en vrouwen rond in traditionele kledij. De vrouwen in alle kleuren van de regenboog, de mannen in zeer donkerblauwe pakken (gekleurd met indigo) en bijpassende petten en mutsjes. Er is een gedeelte waar men soep kan eten, een overdekte slagershal waar de ingewanden aan haken hangen en driftig vlees wordt gewogen op oude weegschalen, er is een gedeelte voor groente en fruit, rijst, stoffen en kleren. Er is ook een hoek met cafeetjes waar verkopers hun zelfgebrouwen sterke rijstdrank serveren. Zij noemen het ruou en in het Engels steevast 'wodka'. Om negen uur 's morgens zit het ook daar al vol. Af en toe zie je oude vrouwen in een klein stalletje amuletten en traditionele medicijnen verkopen. Er zijn ook vrouwen met levende vissen, paling en krabben in teilen, in het midden is een pad waar snacks verkocht worden (gefrituurde beignets, zoet of hartig, fel bijgekleurde gelei met mung-bonen, ijsjes...) en op een pad naar boven vind je de markt voor levende dieren. Het gekrijs van biggetjes is er oorverdovend. Tomek, Ania en ik beperken ons tot het kopen van fruit en ik probeer als ontbijt twee soorten beignets bij het fruit. Vettig maar prettig. Tomek trekt ondertussen ontelbare foto's. Een ervan hebben jullie waarschijnlijk al ontdekt op Facebook, je kunt Ania  zien naast mij onder de parasol. Goed gezind keren we de markt na meer dan twee uur de rug toe.

Terug in het cafe blijkt dat Mr Angh ook hier niet aanwezig is, het wordt weer een telefoongesprek. Gelukkig is hij een redelijk man en komen we snel tot een oplossing. We zullen elk in Hanoi betalen voor wat we al gedaan hebben (daar heeft hij een kantoor) en Tomek en Ania krijgen hun voorschot daar ook terug. Na dit gesprek gaan we onmiddelijk op zoek naar een slaapplaats. Dat blijkt door de feestdag erg moeilijk. Alles is inderdaad vol. Na een half uur ronddwalen in het kleine stadje (eigenlijk een dorp) pauzeren we even op de trappen van een van de nettere hotels. De man die ons een half uur geleden al vertelde dat zijn hotel vol was, komt naar buiten. Hij heeft een voorstel. We kunnen op de bovenste verdieping slapen, in de open ruimte waar ze overdag de was ophangen om te drogen. Het is een tegelvloer en langs een kant heeft de ruimte muur noch ramen, enkel een soort traliewerk om niet naar beneden te vallen. Een beetje bezorgd gaan we met hem mee naar boven. Daar blijkt de ruimte mooi open te zijn met twee kamers die erop uitkomen en een gemeenschappelijke badkamer die wij ook kunnen gebruiken. Er staat een tafeltje met drie stoeltjes voor het traliewerk en we hebben uitzicht op de markt. De man belooft ons een mat, dekens, muggennet en ventilator en wij zijn tevreden met de voorgestelde prijs van 100 000 dong (zo'n kleine vier euro). We frissen ons op, laten onze tassen achter aan de receptie en besluiten nog een wandeling te maken. Er hangt een soort rudimentaire kaart in de lobby en Tomek trekt er een foto van. Er lijken paden te vertrekken uit het dorp richting een tekeningetje van grote bomen en een rivier, de richting van China. Het ziet er goed uit. We vertrekken. Op straat komen we nog een Francaise tegen die op zoek is naar een slaapplaats. We vertellen haar over onze vondst. Wanneer we uit de vallei gewandeld zijn, blijkt de rivier te ver beneden ons in een veel diepere vallei. We willen dat hele stuk niet terug naar boven klimmen straks. De bomen dan maar. We hebben geen idee waarom er bomen op de getekende kaart staan. Er zijn overal bomen tussen de velden en op de bergwanden. Maar het pad loopt zonder veel stijgen of dalen rond de berg en dat zint ons wel. We wandelen enkele kilometers, af en toe komen we mensen tegen die waarschijnlijk terugkomen van de markt. Soms rijden er scooters voorbij met dorpelingen of toeristen, maar in het algemeen is het enkel rustig en warm. We passeren een paar dorpen, geen van allen met winkeltje. We zijn blij dat we drie ongeschilde ananassen en veel water bijhebben. Na een uur of zo zien we de eerste boom. Een gigantisch oud geval dat er precies zo uitziet als op het tekeningetje. Verder net voorbij het dorp zien we dat er nog een vijftal staan, dichtbij elkaar. We wandelen ernaar toe en Ania en ik menen zelfs een overdekt betonnen bankje te zien staan onder een van de stammen. Het bankje blijkt een altaar. Natuurlijk zijn de bomen heilig. We stoppen onder een van hen en schillen onze ananassen. Kinderen komen nieuwsgierig kijken en lopen daarna gillend weer weg. Door de takken vangen we glimpsen op van de overkant van de vallei. Daar ligt China. Het lijkt het einde van de wereld.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten