vrijdag 20 april 2012

Dien Bien Phu - Lai Chau - Sapa

Ik ben net terug van mijn eerste trekking in Sapa en ik meen te kunnen zeggen dat die bijzonder was, wel ja haast exceptioneel. Het unieke lag hem vooral in de duur van de trekking en het feit dat er geen gids aan te pas kwam (beiden hebben ongetwijfeld iets met elkaar te maken). Mijn eerste trekking duurde de volle vijftien minuten en ik zal vanaf nu naar deze gebeurtenis verwijzen als 'de toevallige trekking'.

Ik ben vanmiddag aangekomen in Sapa. Sapa is een klein stadje dichtbij de hoogste berg van het land, de Fansipan (een trekking die ik aan me voorbij zal laten gaan). Ik ben hiermee trouwens terug in meer toeristisch gebied, want na Hanoi en Halong Bay is het de meest toeristische plek van Noord-Vietnam. Om jullie een idee te geven: er zijn hier restaurants met als uithangbord 'Vietnamese keuken - pizza - tapas'. Nu is dat om verscheidene redenen exact wat ik zocht - de toeristische stad, niet de tapas - want gisteren was om meerdere redenenen zwaar geweest. Allereerst was ik om kwart voor vijf opgestaan om een bus te halen naar het dorp waar ik langswou. Het dorp in kwestie Sinho is niet heel speciaal, maar er kwamen volgens mijn Lonely Planet en Guide du Routard weinig toeristen en de weg ernaar toe was een van de mooiste van de regio. Bovendien moest ik voor de volledige rit naar mijn eindbestemming Lai Chau maar een uur langer in de bus zitten dan via de rechtstreekse lijn en had ik een lunchpauze want de bus kwam rond 11 aan in Sinho. Nu dat leek me perfect en in vele opzichten was dat ook zo. De rit was spectaculair. De omgeving met rijstvelden en bloeiende bomen en planten op steile hellingen zorgde ervoor dat ik zelfs geen enkel moment bang was op de weg, en ik denk dat iedereen ondertussen wel bekend is met mijn lichte ongemak in eender welk gemotoriseerd voertuig. Deze weg inclusief haarspeldbochten en close encounters met scooters was echter de moeite. Ik heb er wel geen enkele fatsoenlijke foto van kunnen maken natuurlijk, maar je moet het je voorstellen als die Chinese inktschilderijen met drakentandbergen, bamboewoud en houten huizen op palen. Veel van de vrouwen onderweg droegen nog traditionele kledij (in deze streek vooral prachtig kleurige wijde rokken tot op de knie met daaronder een soort kniehoge beenbeschermers waar pomponnetjes of lintjes aanhingen. Hun bovenkledij bestond meestal wel uit een modern t-shirt, maar erover droegen ze geborduurde vestjes en natuurlijk steeds een hoofddeksel, een gevouwen versierde doek of zo). Het viel me op dat de vrouwen - van kleine meisjes tot oude vrouwen - dus nog vaak bijna volledig traditioneel waren uitgedost terwijl ik geen enkele man heb gezien in traditionele kledij. Behalve als hun traditionele kledij bestaat uit wijde broeken van merken als Kappan of Adiras. Wel zie je dat de oudere generaties nog vaak hun legerhelmen dragen als hoofddeksel.
Aangekomen in Sinho had ik pijnlijke benen van het urenlange zitten. Ik zocht eerst uit om hoe laat de bus naar Lai Chau zou vertrekken en wist daarna dat ik twee uur had om rond te kijken en te lunchen. Ik wandelde rond op het marktje (waar een vrouw mij 200 000 dong wilde laten betalen voor een tros druiven. Ter vergelijking: ik had die nacht voor 120 000 dong geslapen in een guesthouse, een kamer zonder airco, maar met fan, muskietennet en balkonnetje.) en zocht een plek waar ik kon lunchen. Die was redelijk snel gevonden en ik raakte 'aan de praat' met een jongen uit de streek. We hadden regelmatig pen en papier nodig want zijn Engels was niet erg goed, maar het was lang niet de eerste keer dat ik zo communiceerde dus het lukte wel om de boodschap over te brengen. Dacht ik. Verkeerd gedacht dus. Long story short nadat ik nog twee uur in de bus had gezeten dook hij plots op in het busstation en wilde hij samen een hotel zoeken. Het woord boyfriend was duidelijk een van de woorden die hij niet in de juiste context begrepen had. Zijn letterlijke woorden op het briefje "I wall make love with you." Een interessant aanbod natuurlijk (hij zag er net meerderjarig uit), maar ik heb het toch maar afgeslagen. Het was een vermoeiend en pijnlijk gesprek. Die nacht heb ik niet geweldig geslapen omdat ik steeds maar het idee had dat hij mij opnieuw gevolgd zou kunnen zijn. Dat was natuurlijk niet het geval, maar daarom ben ik dus moe en ben ik blij op een plek te zijn waar ik kan praten met mensen zonder notaboekje.

En de toevallige trekking? Later daarover meer want nu ga ik echt voor twee dagen op trekking langs een aantal dorpen van etnische minderheden. Ja hoor, ik houd de spanning erin.


dinsdag 17 april 2012

Mai Chau - Son La

Ik probeer te schrijven, maar het is niet makkelijk om me te concentreren in mijn huidige omgeving, een lokaal internetcafe. De reden is simpel. Het is hier slechts 10 uur `s ochtends, maar om een of andere reden is dat de perfecte moment voor jongens leeftijd 6 tot 16 om luidruchtig te gamen. Het is overduidelijk dat ze vinden dat ik belachelijk traag typ en ik denk niet dat ze begrijpen wat ik aan het doen ben. Ondertussen ben ik gewoon blij dat ik deze plek gevonden heb, want hoewel er heel veel internetcafes zouden moeten zijn, is het niet heel makkelijk om ze te vinden. De paar vorige die ik ben tegengekomen zagen er bovendien zo donker uit ("Laat geen daglicht binnen, anders zouden de jongens misschien wel eens aan de buitenwereld kunnen denken.") dat ik geen zin had om binnen te gaan. Ook dit is een soort van donkere tunnel zonder verlichting, maar de eigenaar laat de deur tenminste openstaan. Facebook is op dit moment geblokkeerd en dat gebeurt blijkbaar regelmatig, dus ik kan op die manier ook geen korte boodschappen achterlaten. Gebruik dus ook geen facebook als je mij wil bereiken, maar stuur iets naar mijn hotmail of gmail.

Sinds mijn vertrek uit Hanoi is er in mijn hoofd al enorm veel gebeurd. De eerste twee dagen heb ik het eenvoudig gehouden. Mai Chau is een vallei ten westen van Hanoi en het leek mij een mooie plek om mijn toer van het noorden te starten. Het is een redelijk toeristische plek dus dat leek mij een makkelijke manier om het reizen te starten. Bovendien liggen de busstations van Hanoi een heel eind buiten het stadscentrum en had ik geen zin om die 15 drukke kilometers achterop zo'n idiote scooter te zitten. Ik besloot dus de rijke toerist uit te hangen en met een minibusje mee te rijden dat tours organiseert in de vallei. Dat bleek een goede keuze want op dezer manier heb ik waarschijnlijk meer met Vietnamezen gesproken dan anders het geval was: van de zeven toeristen in het busje waren er vier Vietnamees. Het waren twee koppels uit Saigon en vooral de mannen spraken redelijk goed Engels. Ik heb alvast een Vietnamees telefoonnummer gescoord voor als ik in die stad aankom.
Mai Chau zelf is een vallei waarin een aantal dorpen liggen tussen de heuvels en rijstvelden. Het is een buitengewoon idyllische omgeving: rijstvelden, kleine beekjes, huizen met weefgetouwen/varkens/winkeltjes eronder... Er hangen lichtroze orchideeen van de bomen en er vliegen heel wat vlinders. De vogels hebben minder geluk. Je ziet hier amper vogels in vrijheid, volgens mij vangen de Vietnamezen elke vogel die ze zien en stoppen hen in individuele kooitjes. Alle toeristen die ik tegenkom vinden het zielig, maar het is overduidelijk dat de mensen hier geloven dat ze deze geluksdieren goed verzorgen. Toch wordt het soms vrij extreem: vanmorgen wandelde ik in een bosachtig park en plots zag ik een eindje van het pad een heel kleine kooi waarin zich een klein soort duif bevond. Het dier had amper plaats om te bewegen en het bevond zich in principe in een mooi stukje bos! Ik voelde een rebelse neiging opkomen en wilde het dier bevrijden, maar de kooi was te hoog. Een kwartiertje later zag ik wel een paar erg mooie vrije vogels. Ze waren ongeveer zo groot als merels maar slanker, met een wat langere staart. Die staart konden ze openklappen als een waaier wanneer ze niet vlogen. Ik heb vijf minuten naar het koppeltje 'waaiervogels' zitten kijken terwijl ze elkaar achtervolgden. Spijtig genoeg heb ik geen foto's kunnen nemen, anders had Joeri ze misschien een echte naam kunnen geven.
Genoeg over vogels nu, ik was in Mai Chau. In de vallei ben ik twee nachten geweest en ik had er gerust nog langer kunnen blijven. De omgeving was verbluffend mooi en rustig, het eten in de guesthouse was geweldig en er was veel gezelschap van andere reizigers. Ik heb er onder andere Denise leren kennen, een Duitse die tijdelijk in Hanoi werkt en me een paar honderd meter met haar scooter heeft laten rijden (viel heel goed mee op die kleine geasfalteerde wegen daar...) en Andrea, ook een Duitse die voor de eerste keer op reis was buiten Europa en haar terugreis steeds maar bleef uitstellen. Met Denise ben ik naar een grot geklommen (Duizend traptreden in de zon. Hoera.). De grot was erg mooi op zich (en koel. Hoera!), maar lag vol zwerfvuil. Dit was waarschijnlijk de schuld van de grote hoeveelheden Vietnamese studenten die er dat weekend waren geweest. Die studenten kwamen in grote groepen uit Hanoib afgezakt en hielden hun versie van 'wilde feesten' op een veld vrijdag- en zaterdagavond. Andrea, Denise en ik zijn gaan kijken en het was redelijk bizar. Ze waren in groepen verdeeld (een soort van clubs?) en ze moesten bij hun groep blijven tijdens het feesten. Elke groep had een eigen kampvuur en de belangrijkste activiteit bestond eruit om in een kring rond het vuur te dansen (denk Europese heksencliches). Daarnaast was er natuurlijk karaoke (ja, in een veld, met generatoren en tv's) waren er een soort scoutsachtige spelletjes en had iedere groep een eigen bar (voornamelijk water en icetea).
De volgende dag vertrokken de twee Duitsen terug naar Hanoi en had ik een rustige dag in het dorpje, met wat fietsen en wandelen in de buurt van het dorp. Voor de wandeling ging ik mee met Martin en Dorria en hun gids Zhang. Martin en Dorria waren het liefste duo dat ik in lange tijd had gezien. Hij een veertiger (?) uit Liverpool en zij een jonge Chinese studente toerisme uit Inner-Mongolie. Ze hadden elkaar die dag in het busje uit Hanoi leren kennen, maar voelde al aan als een kleine familie. Zhang was ook een geweldige gids, met gevoel voor humor (ninjapuppy is een nieuw begrip in mijn vocabulaire) en interessante informatie over het leven van de mensen en de plantengroei in de omgeving. 

De volgende ochtend vertrok ik met het openbaar vervoer naar de stad Son La. Niet omdat daar veel te zien was, maar het was in de juiste richting en de omgeving zou er mooi zijn. En dat was zeker het geval. Nadat ik met de scooter bij de bushalte buiten de vallei was afgezet, werd ik onmiddelijk de attractie van de dag. Elke keer als het minibusje stopte was er een regen aan hello's van kinderen en volwassenen. De chauffeurs/dragers waren in hun nopjes met hun interessante cargo. (Minibusjes zijn hier - meer dan personentransport - een manier om goederen te verplaatsen, in de bus zelf, in de koffer en vooral op het dak worden halve huizen vervoerd. Grote zakken en dozen, kartonnen met honderd kuikentjes (vier uur onophoudelijk gepiep), maar ook kleine pakjes. Allemaal worden ze op het juiste adres bezorgd, vaak zonder dat zender of ontvanger meereist. Er rijdt telkens een chauffeur en de andere twee/soms slechts een kruipen telkens het dak op, leveren en ontvangen geld) De reis naar Son La was lang en ik voelde me vreemd vermoeid, misschien door de Touristil die ik genomen hasd of nog een laat jetlag-gevoel. Aangekomen in Son La wandelde ik dus snel naar het goedkope familiehotelletje  uit de Lonely Planet (de vriendelijke busjongens hadden me heel dichtbij afgezet) en een uur later ontdekte ik waarom ik zo moe was. Diarree.
Nu, het moest er eens van komen, maar veel Son La heb ik dus niet gezien. Een kort wandelingetje voor zonsondergang lukte nog net. De volgende dag - en een aantal capsules Loperamide later - was alles in orde en vertrok ik naar Dien Bien Phu, dichtbij de grens met Laos.

vrijdag 13 april 2012

Dagen -1 tot 2

Ik ben net aangekomen in Hanoi en het is vroeg in de ochtend hier, maar ik ben doodmoe. In de luchthaven staat gelukkig de gereserveerde auto te wachten die mij en twee andere reizigers, een vriendelijk Duits koppel, naar de hostel zal brengen. Terwijl we buiten semi-interessante dingen aanwijzen ( "Kijk, ze dragen hier echt van die hoeden... mooie bloemen ... overal karaokebars, we zijn in Azie...") babbelen we wat en vertel ik hen onder andere over mijn grote angst voor brommers. Het straatbeeld toont overduidelijk dat de Lonely Planet niet gelogen heeft. De scooters zijn overal en iedereen draagt iets dat moet doorgaan voor een helm maar mij doet denken aan de neefjes van Donald Duck. Eenmaal aangekomen, worden we verwelkomd met thee en watermeloen en wil het personeel ons inchecken. Natuurlijk blijken we in het bijhuis van de hostel te zijn en natuurlijk blijkt de enige dorm zich in de hoofdzetel te bevinden. Er wordt vervoer voor mij geregeld. U raadt het al.
Vijf minuten later probeert een zelfs naar Vietnamese maatstaven erg kleine man mij en mijn rugzak op een Honda-scooter te krijgen.
Nog eens vijf minuten later kom ik lichtjes trillend maar veilig aan op mijn bestemming.
Welkom in Vietnam.

We zijn nu twee dagen verder en hoewel ik nog niet terug achterop een scooter ben gekropen, vind ik het idee al wat minder overweldigend. De straten zijn zo vol dat het verkeer traag vooruit gaat en hoewel er ook geen regels lijken (verkeerslichten zijn voor mietjes, weet iedere niet-westerling), verloopt alles minder agressief dan in pakweg Egypte of Rome. Terwijl ik hier zit te typen, zoeft iedereen voorbij aan een traag tempo: man, vrouw, familie van vier of daarnet een man met gigantisch onverpakt (!) ijsblok tussen zij knieen.
Ik probeer vandaag mijn vertrek uit Hanoi te regelen en dat vergt wat werk. De twee vorige dagen zijn interessant geweest en ik begin stilaan te begrijpen hoe de stad in mekaar zit. Zonder plan ben je echter compleet verloren. Alle straten lijken momenteel nog op elkaar en er zijn wel heel duidelijke straatnaamaanduidingen (Volgens mij is elke handelszaak verplicht om hun adres op de gevel te zetten en honderd procent van de gelijkvloerse verdiepingen in het centrum zijn winkeltjes, hotels of eetplekjes), maar de namen zijn verwarrend en onlogisch voor buitenstaanders. De straat van mijn hostel Hang Ga, verandert na een tijdje in Hang Dieu, om driehonderd meter verder terug Hang Ga te heten. Omliggende straten heten onder andere Hang Gai (er is ook een Gang Hai natuurlijk), Lang Non (hihi, afgeleid door visuals), Hang Bo en Hang Buom (vooral handig als er een boom half voor het gekozen naamplaatje staat). Je kunt met andere woorden alles vinden, maar met een jetlag/lariamcrisisbrein kunnen de zaken al eens ingewikkeld lijken.

Zo ook dus het vinden van een ziekenhuis op mijn eerste dag. Voor zijn die niet op de hoogte zijn: de dokter van wacht op Paasmaandag heeft op onverklaarbare wijze mijn laatste vaccinatie voor hondsdolheid over heel zijn werkbank gesmost en als ik dus geen 80 euro wilde weggooien, moest ik zo snel mogelijk langs een ziekenhuis. De man uit de hostel vond dat ik het maar met een mototaxi moest regelen, maar daar had ik weinig zin in. Ik was nog niet uitgetrild van de vorige een uurtje eerder. Te voet dus, mijn favoriete manier om een stad te leren kennen. Vier entertainende uren later, bereikte ik het ziekenhuis. Ondertussen had ik mensen zien bidden in het midden van de spoorlijn door de stad, was de geur van Doerian eindelijk geen geheim meer, had ik geleerd dat de beste plaats om een levende goudvis te kopen langs de kant van de drukke ringbaan is en had ik een Vietnamese dameskont van dichtbij gezien want blijkbaar is plassen in  openbare parken niet ongewoon. Andere favoriete bezigheden in het park: lopen (de mannen heel graag zonder shirt, vaak geen zicht), badmintonnen zonder net voor tieners, Mah Jong (enkel mannen) en kaarten voor geld (nog meer mannen).

Nu, twee dagen later heb ik nog veel meer gezien. Gisteren ben ik een dag op pad geweest met een Duitser die ik de avond ervoor in een druk eetstalletje had leren kennen (We waren als enige westerlingen tot ekaar veroordeeld door de vrouw van de eetstal. Anders namen we twee 'tafeltjes' in beslag en dat scheelt nu eenmaal in inkomsten). Marcus bleek een semester in Bangkok te hebben gestudeerd en was nu bijna op het einde van de reis van drie maanden die hij daaraan had vastgeplakt.

Het was een gezellige, warme dag waarin we een aantal van de typische bezienswaardigheden bezochten. (Denk tempels en gedenkplaatsen voor Ho Chi Minh, medestichter van het onafhankelijkeVietnam, de plaatselijke Lenin inclusief sikje) Marcus was een gedreven fotograaf zodat ik ook af en toe mijn fototoestel bovenhaalde (waarvoor later vast en zeker dank).

Ondertussen heb ik nog steeds af en toe trillingen, 'traag zicht' en een onheilspellend gevoel, maar ik kan het wel plaatsen.* Volgens de bijsluiter en de brochure van het Tropisch instituut kan Lariam tot drie weken in het bloed zitten en effect uitoefenen. We zullen zien. Ik maak me er niet te druk over. Daar heb ik nog steeds geen tijd voor.


* Voor zij die het niet kunnen plaatsen: de toch vrij onverwachte kater maandag bleek achteraf het begin van een reeks Lariam-bijwerkingen inclusief paniekaanval. Geweldig.